Q&A

Op 3 april 2014 was er de gelegenheid voor studenten en staf om vragen te stellen over het project. Dit gebeurde naar aanleiding van de presentatie van Annelies van Eenennaam, die op deze video is terug te zien.

Deel 2 van de vragen zijn beantwoord in april 2015. Inmiddels zijn er opnieuw wijzigingen doorgevoerd in het ontwerp en zijn de antwoorden niet meer geheel actueel. Toch geven ze een goed algemeen beeld van het project.

Heb je zelf een vraag? Stel hem hier.

Deel 3mei 2015

  1. Is het wenselijk zoveel ruimte te bestemmen voor ontmoetingen?

    De ruimtes waarin ontmoeting plaatsvindt hebben over het algemeen ook een specifieke functie. Het gaat om werkplaatsen, assemblagehal, projectruimten, theorieruimte enz. Er is in het plan meer ruimte bestemd voor gezamenlijke functies dan in de huidige situatie beschikbaar is. En in die gezamenlijke ruimte kan ontmoeting plaatsvinden. Dit lijkt ons zeker zinvol.

  2. Ontmoetingsruimtes zijn vaak rommelig en lawaaiig, en slecht onderhouden. Wie is verantwoordelijk voor deze ruimtes?

    Zie het antwoord hierboven. We zorgen ervoor dat elke ruimte een ‘eigenaar’ heeft. Waar er geen sprake is van een werkplaats (en dus werkplaatsmedewerkers) wordt het beheer door de afdeling Facilitaire Zaken (de conciërges) gerealiseerd. Er is op dit moment een conciërge (Willem Rieder) verantwoordelijk voor het beheer van de tijdelijke locatie aan de Vetterstraat. Deze zal in de toekomst een belangrijke rol spelen in het beheer van het nieuwe gebouw.

  3. Is er in het ontwerp van het nieuwe gebouw rekening gehouden met de mogelijkheid om de ruimtes binnen het gebouw in de toekomst eenvoudig (tegen niet al te hoge kosten) van functie te laten veranderen?

    Ja, er is gestreefd naar een zo groot mogelijke flexibiliteit. Zeker op de eerste verdieping van het nieuwe gebouw, waar onderwijsruimtes voor het Sandberg Instituut zijn gepland, is bewust ontworpen op flexibiliteit. De ruimte is ‘open’ bruikbaar, maar kan ook worden opgedeeld in verschillende ruimtes. De ruimtes op de begane grond en de kelder zijn over het algemeen iets meer functie specifiek in verband met voorzieningen voor werkplaatsen e.d. die worden aangebracht. Maar ook hier geldt zeker dat de functies kunnen worden aangepast.

  4. Is er in het ontwerp rekening mee gehouden met de mogelijkheid, dat in de toekomst, het uiterlijk veranderd kan worden (bijv. vervanging van het witte golf-ijzeren plaatwerk)?

    Hier is niet specifiek rekening mee gehouden. Het ontwerpteam heeft keuzes gemaakt ten aanzien van de materialisering, die men passend vindt in het concept van het gebouw. Het is zeer ongebruikelijk om daar op eigen initiatief aanpassingen aan te doen op een later moment. Als bepaalde zaken niet aan de verwachtingen voldoen om welke reden dan ook, dan zullen we hier opnieuw over in gesprek moeten met het ontwerpteam. Dat is uiteraard wel mogelijk. Ook technisch zal het ongetwijfeld mogelijk zijn materialen en gebouwdelen te vervangen.

Deel 2april 2015

  1. Opslagruimte: Is er genoeg plek in het nieuwe gebouw voor de opslag van werken?

    In principe moeten de afdelingen de opslag van werken zelf verzorgen binnen de eigen afdelingsruimte, zoals dat ook nu het geval is. Opslag is onderdeel van de toegekende vierkante meters per afdeling. Er komen bij de assemblagehal tijdelijke opslagplaatsen die kunnen worden gebruikt als daar wordt gewerkt. Het beheersen van opslag is niet eenvoudig, gezien de omvangrijke productie van werk. Een algemene doelstelling is om zoveel mogelijk vierkante meters in te zetten voor het onderwijs, meer ruimte reserveren voor opslag zou dit beperken. Helaas is de totale hoeveelheid beschikbare ruimte niet oneindig.

  2. Hoe staat het met de windgevoeligheid van de werkplekken buiten?

    (We gaan hier met name in op de situatie op het beloopbare dak.) Er wordt een net op het dak aangebracht, rond de ruimte waar gewerkt kan worden. Spullen die eventueel weggeblazen worden, kunnen hierdoor niet op de grond terecht komen. Doelstelling is vooral om gevaarlijke situaties te voorkomen. Verder is op het dak , binnen de omheining, maar ook op andere plekken buiten, naar eigen inzicht te werken. Er zal buiten uiteraard rekening gehouden moeten worden met weersinvloeden.

  3. Is er aansluiting van het nieuwe gebouw met het Rietveldgebouw op -1-niveau?

    Ja, er wordt een directe doorgang naar het nieuwe gebouw gerealiseerd vanuit het souterrain van het Rietveldgebouw. Deze zal in een rechte lijn vanaf en naar de centrale trap van het Rietveld gebouw lopen. Om dit te realiseren wordt de grafiekwerkplaats iets verschoven. In de gymzaal komt een andere doorgang naar het nieuwe gebouw, maar deze zal niet continu gebruikt worden in verband met projecten die in de gymzaal plaatsvinden.

  4. Zit de trap van de gymzaal naar de ruimte waar nu de kantine is nog in het plan?

    De trap is wel een wens, maar het is nog onduidelijk of deze gerealiseerd gaat worden tijdens het nieuwbouwproces. De bouw van de trap kan namelijk ook later plaatsvinden, mocht het nu niet in het budget passen.

  5. Blijft er genoeg ruimte over waar in concentratie gewerkt kan worden als alles zo open is?

    Er wordt in het nieuwe gebouw een gebied gerealiseerd waar rustig gewerkt kan worden (stilte-plekken). Dit bevindt zich in en rondom de bibliotheek. De omgeving van de bibliotheek, waar ook het nieuwe auditorium (‘de theorietrap’) wordt gerealiseerd vormt een theorie-zone waarbinnen ook de gangruimtes vallen. Het servicecentrum op de begane grond van het Rietveldgebouw (inclusief de kantine) biedt meer dynamischere werkplekken.

    Daarnaast zijn er de lokalen van de afdelingen en reserveerbare projectruimtes waar individuele studenten of groepen kunnen werken. Deze ruimtes zijn te reserveren voor een paar dagen tot maximaal een paar weken. Tenslotte zijn er ook nog reserveerbare bespreek- en theorielokalen. Niet alles is dus open, er blijven veel afsluitbare ruimtes beschikbaar.

  6. Waar komt de kantine?

    Er wordt onderzocht of de kantine kan verhuizen naar de huidige ruimte van de afdeling TxT, die een verbinding heeft naar de buitenruimte rondom het paviljoen. De gedachte hierbij is dat de kantine niet alleen meer zou beschikken over ruimte binnen, maar ook over ruimte buiten. Daarnaast zou dit de levendigheid van het gebied rondom het paviljoen vergroten. Het is nog onduidelijk of dit haalbaar is, voornamelijk omdat een kantine speciale voorzieningen eist, zoals aansluiting op water- en gasleidingen en luchtafvoerkanalen. Het alternatief is dat de kantine op zijn huidige plek blijft. Het onderzoek hiernaar loopt. Als de kantine zou verhuizen zal de huidige plek wel een gezamenlijke functie behouden.

  7. Duurzaamheid: is er aandacht voor duurzaamheid en kunnen we ons hiermee profileren?

    Er is zeker aandacht voor duurzaamheid. Bij het ontwerp heeft de focus gelegen op de drie belangrijkste duurzaamheidsonderwerpen: een goede luchtkwaliteit, een goed binnenklimaat en een laag energieverbruik.

    Er is voor gekozen om de hoeveelheid installaties zo veel mogelijk te beperken. Hoe minder installaties, des te minder energieverbruik en hoe natuurlijker het klimaat. Ook ventileren we alleen wanneer nodig; de installaties staan dus niet de hele dag aan. Tevens wordt gebruik gemaakt van natuurlijke toevoer van ventilatielucht door ventilatieroosters in de gevel en worden er op het dak spuivoorzieningen aangebracht, die ervoor zorgen dat de warme lucht afgevoerd kan worden op een energiezuinige manier.

    De doelstelling is om hiermee een A++-label te behalen.

  8. Wanneer is het nieuwe gebouw klaar?

    De planning is om medio 2016 volledig klaar te zijn. Dan kunnen we schooljaar 2016/2017 in een nieuw gebouw beginnen. Dit is echter alleen haalbaar als er geen vertraging meer optreedt in het proces.

  9. Wanneer zal het bouwproces starten? En in welke volgorde?

    We maken een onderscheid tussen nieuwbouw en het verbouwen van bestaande gebouwen.

    Het verbouwen van de bestaande gebouwen is de afgelopen zomer al begonnen met de verbouwing van de voormalige bibliotheek en andere ruimtes op de begane grond van het Benthem Crouwelgebouw tot afdelingsruimte en werkplaats voor Keramiek. Dit zal gevolgd worden door de verbouwing van de eerste verdieping van hetzelfde gebouw tot kantoren voor de staf. De volgende stappen van dit proces worden per fase bepaald. Er zal ook in de zomer van 2015 worden verbouwd in de bestaande gebouwen. Uiteraard zal hierover tijdig gecommuniceerd worden met de betrokken afdelingen.

    De uitvoering van de nieuwbouw zal volgens planning in het voorjaar van 2015 starten. Vooralsnog is het tijdschema als volgt: begin 2015 starten we met de afbakening van het terrein en andere activiteiten die nodig zijn om de bouw voor te bereiden. Vanaf maart/april 2015 zal daadwerkelijk gebouwd worden. Er wordt geprobeerd zware bouwwerkzaamheden zoveel mogelijk buiten lestijden te laten plaatsvinden, zodat er zo min mogelijk hinder van ondervonden wordt.

  10. Wordt er bij het ontwerp van de nieuwbouw rekening gehouden met transport binnen het gebouw? Bijvoorbeeld wat betreft de hoogte van deuren, de grootte van de lift, maar ook met de mogelijke overlast die transport met zich mee kan brengen?

    Transport is zeker een onderdeel van de planvorming: er wordt dus rekening mee gehouden bij het ontwerpen, routes worden doordacht. In het kader hiervan, maar ook algemener, wordt ook de akoestiek onderzocht. Er wordt gekeken naar de nagalmtijd in de verschillende ruimtes en er wordt gezocht naar manieren om deze waarde zo klein mogelijk te houden (bijvoorbeeld door voldoende absorberend materiaal tegen wanden en/of plafonds aan te brengen). Het is, kortom, in het ontwerpproces een belangrijk aandachtspunt.

  11. Komt er een auditorium?

    Ja, er komt een ‘theorietrap’, waar ruim honderd mensen kunnen zitten. Dit is een halfopen ruimte in een rustige omgeving (namelijk: de omgeving van de bibliotheek). Door het halfopen karakter kunnen voorbijgangers kennis nemen van wat er gebeurt bij het passeren. Voor grotere evenementen blijft de gymzaal beschikbaar.

  12. Waar komen de plaatsen voor afval en afvalscheiding?

    Er komt een afvalstraat tussen het Benthem Crouwelgebouw en het Rietveldgebouw. Het is een plek waar goed inzichtelijk zal zijn waar je welk afval kwijt kunt, en waar je ook afval kunt halen om te hergebruiken.

  13. Zijn er meer stopcontacten gepland dan in het hoofdgebouw?

    Tijdens het ontwerpproces is veel aandacht geschonken aan data- en contactpunten. Er zullen in het nieuwe gebouw, ook op de eerste verdieping die bestemd is als onderwijsruimte, krachtstroomaansluitingen worden gerealiseerd. Van daaruit kunnen ook later extra stroompunten worden aangelegd. Een dergelijke aansluiting hebben we ook op de tweede en derde verdieping van het Rietveldgebouw toegevoegd, om de vraag naar elektra in tijden van drukte (exposities) aan te kunnen. Zo blijven we flexibel.

    Flexibiliteit proberen we daarnaast te bewerkstelligen door in het nieuwe gebouw extra basisvoorzieningen aan te leggen waardoor we in een later stadium gemakkelijk meer elektrapunten toe kunnen voegen, zonder dat er ingrijpende werkzaamheden toegepast moeten worden – wat dit tevens een duurzame keuze maakt. Middels deze basisvoorzieningen kunnen we via vloerpotten en katrollen het elektra-aanbod aanpassen wanneer activiteiten dit eisen.

    Mochten er op dit moment problemen zijn met het elektra-aanbod in de bestaande gebouwen, dan kan daar overigens contact over opgenomen worden met facilitaire zaken.

    Specifieke problemen in de bestaande gebouwen? meldpuntfz@rietveldacademie.nl

  14. Ik ben op zoek naar inzicht in de logistieke tijdlijn: wanneer verhuist wie?

    De interne verbouwingen en -huizingen worden per fase gepland en gecommuniceerd, zoals bij vraag 9 is uitgelegd. Er vonden bijvoorbeeld al verhuizingen plaats: VAV, DOG-time, de bibliotheek en Public Rietveld zijn tijdelijk gevestigd in het TNT-gebouw en Keramiek is naar de begane grond van het Benthem Crouwelgebouw gegaan. De volgende periode waarin verplaatsingen van onderwijsafdelingen zullen plaatsvinden is de zomervakantie van 2015. Op dit moment is nog niet zeker om welke afdelingen of onderdelen het zal gaan, maar het zal tijdig met de betrokkenen worden overlegd.

  15. Hebben de problemen met het vinden van een nieuwe voorzitter consequenties voor het nieuwe gebouw?

    Voorlopig is er weer perspectief op een constructieve uitkomst, dus dit hoeft geen invloed te hebben op de voortgang.

  16. Gaat het gebouw verbindingen aan met andere instituten? Bijv. voor dekking van bepaalde kosten?

    Nee. Dit is in een eerdere fase wel overwogen, er zijn gesprekken geweest met woningcorporaties, culturele instanties en onze buren, maar een samenwerking bleek niet haalbaar en niet zinvol. Hierdoor hebben we besloten het gebouw puur op eigen gebruik te richten. Dit geeft ons inhoudelijk alle ruimte om een gebouw te maken dat helemaal aansluit op de wensen van de academie.

  17. Wordt het duurder voor een student om hier te studeren? Wordt het collegegeld hoger?

    Dat is niet de bedoeling, zeker niet direct gerelateerd aan de nieuwbouw. Niet te min is het een gegeven dat de begroting van de academie onder druk staat, onder andere door het teruglopen van de Rijksbijdragen. Het beleid van de overheid is er op gericht dat de kosten van een studie steeds meer door de student worden gedragen en steeds minder door het Rijk. Het is daarom niet ondenkbaar dat de collegegeld-tarieven in de toekomst toch beperkt moeten stijgen. Het streven is echter de drempel laag te houden, want we willen studenten selecteren op kwaliteit; niet op middelen.

  18. Waarom blijft de Rietveld niet huren? Dat is toch goedkoper en flexibeler?

    Huren is wel flexibeler, maar niet goedkoper. Voor de panden waar wij nu ruimte in huren hebben wij op basis van tijdelijke anti-kraakconstructies betaalbare huurprijzen weten te bedingen. Dit betekent echter ook dat de huur tussentijds kan worden opgezegd door de verhuurders en we dus op zoek moeten naar een andere locatie. De huurprijzen op die locaties zijn in kosten per vierkante meter vergelijkbaar met de kosten van onze eigen gebouwen. Daarnaast is uit de ervaringen met verschillende gebruikte locaties in de afgelopen jaren gebleken dat er hoge kosten en veel tijd mee gemoeid is om een gebouw geschikt te maken voor ons gebruik, waar maar voor relatief korte tijd gebruik van kan worden gemaakt.

    Wij streven naar een meer permanente oplossing voor het ruimte tekort, waarmee meer rust ontstaat voor het onderwijs en er vanuit de staf minder tijd hoeft te worden besteed aan de gebouwen. Een nadrukkelijke wens daarbij is om een oplossing in de nabijheid van de academiegebouwen te realiseren. De Zuid-As is een A+-locatie en als we in de buurt van de academie voor langere tijd willen huren, dan zijn de huurprijzen zo hoog dat zelf bouwen voordeliger is. En dan is het mooie aan zelf bouwen dat we een gebouw kunnen maken dat specifiek bij ons en onze wensen past.

  19. Waarom blijven we niet in het TNT-gebouw?

    Zie ook het antwoord bij vraag 18. Nu is dat nog betaalbaar, maar de eigenaar wil het gebouw gaan her-ontwikkelen, waardoor de huurprijs veel hoger zal worden. We hebben dit gedetailleerd uit laten zoeken. Het is gebleken dat zelf bouwen voordeliger is. Daarnaast kunnen een aantal specifieke functies, zoals werkplaatsen en de assemblage-hal, niet in dit gebouw worden ondergebracht in verband met overlast, voorzieningen e.d.. Er zou daarom hoe dan ook nieuwgebouwd moeten worden.

  20. Waarom is het opnemen van een krediet voor nieuwbouw interessant, als we voor de af te betalen rente ook leegstaande panden kunnen huren? Is onderzocht welk scenario meer ruimte oplevert, of spelen er andere overwegingen die een nieuwbouw rechtvaardigen?

    Zie ook de antwoorden op vragen 18 en 19. De te betalen rentelasten zullen niet zo hoog zijn dat van deze bedragen de benodigde ruimte kan worden gehuurd in de nabijheid van de academie. Dit mede omdat we krediet gaan aanvragen in de vorm van schatkistbankieren (dus: een lening bij het Rijk). Daarmee hebben we de laagst mogelijke rente, met het bijkomende gegeven dat de rentestanden momenteel erg laag zijn. Met het in eigendom krijgen van het nieuwe gebouw wordt daarnaast voor de langere termijn een veel gunstigere situatie gerealiseerd, waarin de huisvestingslasten steeds lager kunnen worden.

  21. Waar komt het geld vandaan? Gaat het ten koste van het onderwijs?

    Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat er nieuwbouw wordt gerealiseerd ten koste van het onderwijs. De bedoeling is juist om het onderwijs hiermee te versterken. (Zie ook het antwoord op vraag 22 hieronder). De lasten voor het bouwproject worden op hoofdlijnen door drie zaken gedekt:

    1. Een deel van de kosten wordt betaald uit bedragen die de academie de afgelopen jaren heeft gespaard.

    2. Een deel van de kosten wordt betaald doordat kosten die nu worden gemaakt voor de huur en het beheer van tijdelijke locaties wegvallen.

    3. Een deel van de kosten wordt betaald uit ruimte die er in de begroting te vinden is zonder dat er wordt ingeboet op contacturen e.d. (Zie ook het antwoord op vraag 22 hieronder)

  22. Kunnen de lonen niet beter omhoog?

    De lonen zijn vastgelegd in de CAO voor het hoger beroepsonderwijs (HBO), individuele onderwijsinstellingen bepalen niet zelf of de lonen zullen stijgen. Dit is dus niet aan de orde. Wel is er uiteraard een afweging te maken over waar het geld aan wordt uitgegeven. Het gaat om de balans tussen uitgaven aan het inschakelen van docenten en andere medewerkers, uitgaven aan materialen en activiteiten die het onderwijs ondersteunen en uitgaven aan faciliteiten. Het aantal contacturen van onze studenten ligt aanzienlijk hoger dan elders in het HBO, we vinden het essentieel om dat zo te houden. Maar voor een student aan de kunstacademie zijn faciliteiten ook belangrijk: goede onderwijsruimte en goede werkplaatsen hebben waarde voor het onderwijs. Ook is de gedachte dat het vergroten van mogelijkheden voor uitwisseling en ontmoeting, door iedereen op een plek bij elkaar te brengen in ruimtes die daar geschikt voor zijn, de kwaliteit van het onderwijs versterken.

  23. ‘Interne verhuizingen’, wat betekent dat eigenlijk?

    Dit zijn verhuizing binnen de bestaande gebouwen. Het bouwproject omvat niet alleen het realiseren van een nieuw gebouw, maar omvat ook aanpassingen aan de bestaande gebouwen. In overleg met de onderwijsafdelingen, werkplaatsen en stafafdelingen is een plan gemaakt voor de herschikking van alle onderdelen van de organisatie binnen de gebouwen. Het doel is dat iedereen terecht komt op een plek die het beste aansluit op de ruimtevraag. Er is sprake van tijdelijke en definitieve interne verhuizingen. Tijdelijke verhuizingen zijn nodig om het plan uit te kunnen voeren. Bij een definitieve verhuizing wordt een stuk van het plan afgerond. Voorbeeld hiervan is de verhuizing van de afdeling en werkplaats Keramiek van de oude locatie naar de begane grond van het Benthem Crouwelgebouw.

  24. Opmerking: ‚Do it yourself’ is een vreemde naam als je ziet hoeveel processen profiteren van het delen en uitwisselen van ideeën en onderzoek.

    DIY (het onderdeel waarin mensen van binnen de academie kunnen reageren op ontwerpvraagstukken voor het nieuwe gebouw) is bedoeld om te participeren. Het doel is om juist binnen de Rietveldgemeenschap te zorgen voor een gezamenlijk project. Om in dialoog met de academiegemeenschap tot een resultaat te komen. Daarom is destijds bijvoorbeeld de vraag naar een ontwerpteam intern uitgegaan. We denken dan ook dat deze vraag op een misverstand berust, dat voorkomt uit een interpretatie van een term die anders bedoelt is. ‘You’ zien we meer in de betekenis van ‘jullie’ dan van ‘jij’. ‘Do it with us’ zou ook een goed begrip zijn geweest, maar is minder krachtig en minder herkenbaar.

  25. Is het een idee om het fietsenstallingprobleem als een DIY-onderdeel te benaderen?

    Dat is zeker een goed idee. Er is inmiddels wel een oplossing gevonden voor het vraagstuk, met drie locaties voor het fiets-parkeren:

    • aan de straatzijde voor het B&C gebouw;

    • aan de zijkant naast het gebouw van Loyens Loeff in een verdiepte doorgang;

    • tussen het B&C gebouw en de laagbouw van het Rietveld gebouw – de fietsenstallingen op deze laatste plek zullen op termijn worden verplaats naar een nieuwe doorgang naast de academie op de plek waar nu het plein van de British School ligt.

    De locaties die nu bedacht zijn laten zoveel mogelijk buitenruimte beschikbaar voor andere activiteiten. Het is echter altijd welkom om verder mee te denken over de plaatsing en de uiteindelijke vormgeving van de fietsenstallingen. Meldt je daarvoor bij FedLev: DIY@FedLev.nl

  26. Idee: is het een idee om updates te versturen van het bouwproces en de interne verhuizingen?

    Er worden inmiddels nieuwsbrieven gemaakt over het project. Daarin worden updates gegeven, dus houd deze in de gaten. De nieuwsbrief is fysiek zichtbaar op het billboard op het plein schuin tegenover het bordes van het Rietveld gebouw. Ook wordt de nieuwsbrief digitaal verzonden. Heb je de nieuwsbrieven nog niet ontvangen, stuur dan je e-mailadres naar huisvesting@rietveldacademie.nl, dan word je op de mailinglist geplaatst.

  27. Hoeveel gaat het kosten?

    Het totale project heeft een taakstellend budget van 13 miljoen euro. Uit dit bedrag worden betaald: de nieuwbouw, de verbouwing van bestaande gebouwen, inrichting van met name het nieuwe gebouw (er wordt zoveel mogelijk hergebruikt), terreininrichting en bijkomende kosten zoals de advieskosten voor architecten en (technisch)adviseurs.

Deel 13 april 2014

  1. Kan het hele project gefinancierd worden zonder dat het de lesuren etc. beïnvloed? Of wordt er gekort op onderwijs om het project te realiseren?

    Het idee is om dezelfde ratio van uren voor studenten en docenten te behouden om zeker te zijn dat de kwaliteit van het onderwijs blijft zoals hij is. We bekijken de details van de financiële ontwikkelingen nog verder in de komende jaren, maar de onderwijskwaliteit blijft het hoofddoel van de academie. Het is onacceptabel om te korten op uren van de staf of docenten om dit gebouw mogelijk te maken.

  2. Hoe beïnvloeden de veranderingen de vierkante meter-studenten ratio in verhouding tot de huidige situatie?

    Voor de ruimtes die zijn toegewezen aan de onderwijsafdelingen blijft de ratio hetzelfde als in de huidige situatie, in de meeste gevallen. In de nieuwe situatie realiseren we meer gemeenschappelijke ruimtes, zoals een aantal nieuwe werkplaatsen en werkplaatsgerelateerde ruimtes. Eén van de hoofdelementen in de onderwijsvisie is dat de Rietveld Academie een academie is waarin werk maken centraal staat, niet alleen het denken over werk. Daarom creëren we veel ruimte, zoals de projectruimte. De assemblagehal is een uitbreiding van de houtwerkplaats. In de totale hoeveelheid vierkante meters behouden we dezelfde als nu, inclusief onze extra ruimte in de Vetterstraat en het TNT-gebouw. Het wordt efficiënter en beter, omdat alles zich nu op één plek zal bevinden. Zo ontstaan er meer ontmoetingen en kunnen er interacties worden aangegaan.

  3. Voor een nieuw gebouw zijn extra beheerders nodig. Hoe gaan jullie om met dat budget?

    Op dit moment maken we gebruik van verschillende externe locaties, zoals de Vetterstraat en KBF. Op de Vetterstraat werkt een conciërge die het gebouw beheert, hij is ook verantwoordelijk voor de andere locaties. Wanneer het nieuwe gebouw gerealiseerd is zal het gebruik van de externe locaties beëindigd worden. Deze conciërge is dan beschikbaar om het nieuwe gebouw te beheren. Ook betalen we huur- en servicekosten om deze gebouwen te behouden. Deze kosten zullen veranderen in kosten voor het nieuwe gebouw. De nieuwe situatie zal er niet voor zorgen dat het beheer meer werk is, omdat de hele academie zich op één plek bevindt. Daarom is er geen extra budget nodig om het nieuwe gebouw te beheren. Ook streven we ernaar het nieuwe gebouw efficiënt in energie te maken, zodat slechts de kleinste hoeveelheid aan installaties nodig is. Ons doel is om in de drie gebouwen evenveel energie te verbruiken als dat we nu met twee gebouwen doen.

  4. Is er een plan waar we de fietsen gaan stallen?

    Is er een plan, maar het is een uitdagend onderdeel. Aan de straatzijde zal plaats zijn voor fietsen, aan de achterkant van het Benthem Crouwelgebouw en aan de westzijde (naast de gym en het nieuwe gebouw) wordt een dubbel parkeerrek geplaatst. Voor de toekomst staat er een smalle fietsstraat gepland op de plek van de British School. The British School plant om over drie/vier jaar te verhuizen. Onze intentie is om (een gedeelte van) de fietsen daar te gaan parkeren. Onder het nieuwe gebouw kunnen 10 auto’s worden geparkeerd. Dit is gelijk aan de hoeveelheid parkeerplaatsen die we al hebben.

  5. In het nieuwe plan bevindt de geluidsstudio zich op de 5e etage van het Benthem Crouwelgebouw. Nu zitten we op de 2e etage en hebben we veel problemen met het geluid dat we hier produceren. Maar we willen zelfs nog meer lawaai maken.

    We weten dat jullie graag veel lawaai maken en daar hebben we op geanticipeerd. Er komt op deze locatie een box-in-box constructie die ervoor zorgt dat het geluid niet naar de omgeving wordt overgebracht.

  6. Zoals ik nu uit de plannen begrijp gaat het erg om symbolische collectiviteit, symbolische interactie, symbolische uitwisseling van ideeën. Ik vraag me af hoe dit onderwijskundig wordt doorgevoerd.

    Dat is aan de onderwijsafdelingen, we hebben geen centraal educatiemanagement op school.

  7. Is er geen visie?

    De visie is dat er voor de onderwijsafdelingen ruimte is om hun onderwijsvisie te bepalen. We bespreken met hen wat hun ruimtelijke wensen zijn en wat hun idee voor de toekomst van de academie is. Vooral het werken en ontmoeting en uitwisseling zijn voor hun belangrijk. Dat is wat we willen faciliteren met al deze gemeenschappelijke ruimtes die door alle studenten gebruikt kunnen worden.

  8. Als dit gebouw voor collectiviteit en studenten is, hoe verklaar je dan dat er hier bijna geen studenten en docenten aanwezig zijn?

    We hebben heel hard geprobeerd ze hier te krijgen, dus dit is meer een vraag voor de studenten en docenten zelf. We hebben er alles aan gedaan om ze uit te nodigen.

  9. Het nieuwe gebouw bevat veel glas en weinig muren. Er is een open ruimte van de assemblagehal naar het dak, een buis voor licht, etc. Ik vraag me af hoe jullie omgaan met geluidsoverlast van bijvoorbeeld de houtwerkplaats.

    Dit heeft onze aandacht. We hebben onze eigen akoestische standaard ontwikkeld, gebaseerd op wat er voldoet in de huidige situatie. Wat we in het begin hebben gedaan was het meten van de akoestische kwaliteit in het B&C-gebouw en op sommige plaatsen in het Rietveldgebouw. Dit deden we op plekken waar de gebruikers de kwaliteit goed vonden. Deze metingen bepalen de kwaliteitsstandaard voor het nieuwe gebouw.

  10. Maar nu bevindt de houtwerkplaats zich niet in de buurt van de bibliotheek en in het nieuwe gebouw wel.

    Ook in de nieuwe situatie zijn ze niet direct verbonden. Er zijn echter plaatsen die de akoestiekadviseur liever zou vervangen met andere functies, maar alleen gezien vanuit de optimale akoestiek. Waar we nu naar streven is het optimaliseren van de akoestische condities in relatie tot de indeling van de functies.

  11. Zou het niet fijn zijn als de kantine zich bij de patio bevindt, op de huidige plek van TxT? Op de patio ontmoeten studenten elkaar en is er een mooie plek voor exposities.

    Ja, dit is zeker overwogen. Maar deze plek is simpelweg niet groot genoeg als kantine. Er wordt gepland om een verbinding te maken tussen de kantine en het (rook)platform. Evenals een directe verbinding naar het paviljoen en de ruimte daaromheen, zodat de continuïteit van het bewegen makkelijker is. Als uit verder onderzoek blijkt dat dit mogelijk is, wordt de optie heroverwogen.

  12. Het hoofddoel van het hebben van projectruimtes is zichtbaarheid, vooral wanneer je op/om de academie bent kun je goed zien aan welke verschillende projecten er gewerkt wordt. In deze plannen zijn er een aantal projectruimtes (nieuw gebouw, loge, paviljoen). Hoe zit het met de projectruimtes die meer verbonden lijken met de afdelingen, maar minder met de publieke ruimte?

    Geen van de projectruimtes is gelijk, zodat je zelf kunt kiezen welke het best bij jouw activiteiten past. We weten dat er veel activiteiten plaatsvinden die zichtbaar willen zijn, maar we weten ook van studenten die liever in een afgesloten ruimte, meer privé, werken. Daarom hebben we verschillende soorten projectruimtes gecreëerd. De ruimte op de 1e etage van het nieuwe gebouw is erg zichtbaar van buiten, of kan zichtbaar zijn, omdat de gevel makkelijk geopend en gesloten kan worden. Ook denken we erover hoe de projectruimtes geboekt en gebruikt kunnen worden en over hoe de buitenruimtes en gezamenlijke ruimtes zoals de gang gebruikt kunnen worden voor het presenteren van werk, omdat we het gebruik interessant vonden tijdens de DIY-week. Je had meer gevoel bij wat er gebeurde in het gebouw en op het terrein.

  13. Ik wil weten of er buiten ook een hangplek komt voor niet-rokers, behalve de trappen.

    Op dit moment is het platform de plek waar veel mensen pauze houden, maar vanwege het dak blijft de rook hier hangen. Dit kan vervelend zijn. In de toekomst wordt het platform vergroot met het dak van het verbonden en verlaagde nieuwe gebouw. Dit gebied is een open ruimte (waar zich nu de tuin en fietsen bevinden). Ook wordt het dak van het nieuwe gebouw en de ruimte rondom het glaspaviljoen verbonden aan de andere plekken. We vermoeden dat hier meer plekken zullen ontstaan waar niet-rokers kunnen zitten en elkaar kunnen ontmoeten.